Laatste update: 19-04-2018

logo
Alle lessen

Les 8: De F-sleutel

Nootje We zijn inmiddels al heel ver gekomen. We weten al hoe we muzieknoten op de notenbalk moeten schrijven, hoe hoog de noten horen te klinken door de sleutel die aan het begin van de regel staat en hoe de noten heten.

Er is nog een veel voorkomende sleutel.
Waarom is er nog een sleutel? Hiervoor gaan we kijken naar een stukje muziek met veel lage noten. Als we de noten opschrijven met een G-sleutel komen ze allemaal ver onder de notenbalk te staan, wat toch wel een beetje vermoeiend is om te lezen:

G-sleutel notenbalk

Een makkelijke oplossing hiervoor is een andere sleutel te verzinnen zodat alle noten opschuiven en de lage noten midden op de notenbalk komen te staan zodat we ze beter kunnen lezen. En om deze reden is de F-sleutel gemaakt.

De G-sleutel is voor hoge tonen. De F-sleutel wordt gebruikt voor lage tonen.

De F-sleutel ziet er zo uit: De bassleutel De twee puntjes geven aan waar de noot F ligt, namelijk op de lijn tussen de twee puntjes.

Nu we weten waar bij deze sleutel de F staat, kunnen we ook alle andere noten eromheen vinden:

F-sleutel notenbalk

Zie je dat de noot op de tweede lijn van de notenbalk nu een B wordt? Bij de G-sleutel was dit de G. Zo zie je dat, ook al staan de noten op precies dezelfde plaats op de notenbalk, de sleutel dus aangeeft hoe hoog de noot moet worden gespeeld.

In de volgende les zullen we verder gaan kijken naar het verschil tussen de G-sleutel en F-sleutel.

Deel deze pagina

 

Help mee

onze website te onderhouden en nog beter te maken

Doneer

Klik hier voor meer info